top of page
Zoeken

Als het niet echt over de banaan gaat

4 sep
6 minuten om te lezen

Het is vrijdag. De eerste schoolweek zit er bijna op.

En ik merk het thuis.

Mijn kinderen maken meer ruzie met elkaar dan tijdens de vakantie. Kleine dingen worden plots héél groot. Er wordt sneller gehuild, geroepen of boos gereageerd.

Omdat de banaan verkeerd werd opengedaan, bijvoorbeeld.

En ik merk ook iets bij mezelf: mijn eigen stresssysteem zit voller. Daardoor bots ik sneller op dat van hen.


Het gebroken koekje

Binnen Aware Parenting wordt gesproken over het broken cookie phenomenon: het gebroken koekje.

Het gaat over die momenten waarop de grootte van de reactie van je kind helemaal niet lijkt te passen bij wat er net gebeurde.

Een banaan die verkeerd wordt opengedaan.Een koekje dat breekt.Een klein duwtje.Een teen die amper ergens tegen botst.

En vervolgens: tranen. Véél tranen. Of grote boosheid.

Als ouder denk je dan al snel:

Maar zo erg is dit toch niet?

En misschien gaat het op dat moment inderdaad niet alleen over die banaan.

Een kind heeft doorheen een dag heel wat te dragen. Nieuwe prikkels. Afscheid nemen van mama of papa. Nieuwe mensen en verwachtingen. Zich aanpassen aan een groep. Wachten. Luisteren. Dingen doen die inspanning vragen. Misschien iets spannend meemaken. Een ander kind dat iets onaardigs zei. Mama of papa missen.

Zeker bij de start van een nieuw schooljaar kan dat behoorlijk wat zijn.

En dan komt je kind thuis.

Op een plek waar het hopelijk minder hoeft vol te houden.

Soms wordt een heel kleine gebeurtenis dan de aanleiding waardoor spanning die al een tijdje aanwezig was, naar buiten komt.

Het gaat dan niet alleen over de banaan.

De banaan was gewoon de laatste druppel.


Maar misschien zit jij óók vol

Hier wordt het voor mij interessant.

Want ik weet ondertussen heel goed dat ik niet tegen mijn kind wil zeggen:

Stop nu toch eens met wenen.

Dat kan toch geen pijn doen.

Ben je daar niet wat te oud voor?

Overdrijf nu toch niet.

Ik weet waarom zulke reacties meestal niet zijn wat een kind op dat moment nodig heeft.

En toch merk ik, zeker op dagen waarop ik zelf moe of overprikkeld ben, dat die gedachten soms razendsnel in mij opkomen.

Misschien herken je dat.

Je weet heel goed hoe je wilt reageren. Je vindt nabijheid belangrijk. Je wilt sensitief en responsief opvoeden. Je gelooft niet dat je kind je probeert te manipuleren of expres lastig doet.

En tóch hoor je soms bijna die oude zinnen uit je mond komen.

Dat vind ik een belangrijk verschil.

Weten hoe je wilt opvoeden, betekent nog niet dat je daar op ieder moment ook voldoende ruimte voor hebt.

Na een drukke dag komt je kind misschien thuis met een volle emmer.

Maar jij staat daar soms óók met een volle emmer.

Werk. Tijdstress. Lawaai. Boodschappen. Koken. Nog honderd dingen in je hoofd. Zelf te weinig geslapen. Te weinig ruimte gehad.

En dan botsen er niet gewoon een driftbui en een ouder.

Er botsen twee systemen die allebei al behoorlijk wat hebben gedragen.


Die kleine pauze

Ik merk bij mezelf wel een verschil met vroeger.

De gedachte “is dit nu echt zo erg?” kan er nog altijd zijn.

Maar er ontstaat veel vaker een klein stukje ruimte tussen die gedachte en mijn reactie.

Soms voel ik mijn lippen de woorden al bijna vormen — en besluit ik ze toch niet te zeggen.

Dan doe ik even… niets.


Ik probeer nabij te blijven. Niet onmiddellijk uitleggen, corrigeren of oplossen. Zelf ademen. Wachten.

Niet omdat ik op dat moment ineens volledig rustig ben. (Gelukkig zijn die momenten er ook hoor).

Maar omdat op dat moment niets zeggen nog net lukt. En dat is beter dan het gevoel van mijn kind te bagatelliseren of te miskennen.


En wat als je het wél gezegd hebt?

Maar misschien lukte dat vandaag helemaal niet.

Misschien zei je wel:

Stop nu toch eens met wenen.

Zo erg is het toch niet.

Dat kan toch geen pijn doen.


En misschien kwam daarna meteen dat andere stemmetje:

Och nee. Nu heb ik het weer gedaan.

Ik wéét toch dat ik zo niet wil reageren.

Mijn arme kind, ik ben een slechte ouder.

Waarom lukt mij dit nu nog altijd niet?


En daar wil ik echt even bij stilstaan.

Want één zo’n reactie maakt je geen slechte ouder.

Ook niet wanneer het al vaker gebeurd is.

Wanneer je zo reageert terwijl je eigenlijk heel goed weet dat je het anders wilt doen, is dat vaak niet omdat je te weinig weet of niet genoeg je best doet. Soms was er gewoon even geen ruimte meer.


De boos-schuld-cyclus

Wat er daarna soms gebeurt, is minstens even belangrijk.

Je reageert feller dan je wilde omdat je zelf al weinig ruimte had.

Daarna voel je je schuldig.


En vanuit dat schuldgevoel probeer je het goed te maken.

Je zegt sneller ja terwijl je eigenlijk nee voelt. Je doet nog iets extra. Je schuift je eigen behoefte opzij, omdat je vindt dat je na je reactie eigenlijk geen recht meer hebt op die grens.

Je gaat als het ware wat weg van je lijf.

Weg van de signalen die zeggen:

Ik ben moe.

Dit is genoeg.

Hier ligt mijn grens.

Ik kan dit er vandaag niet meer bij hebben.


Alleen verdwijnt je overbelasting daardoor natuurlijk niet. Je gaat er opnieuw overheen.

En daardoor wordt je draagkracht niet groter, maar juist kleiner.

Dan komt er een volgend moment.


Je kind huilt omdat het zelf de autodeur wilde opendoen terwijl je net speciaal naar de winkel/speeltuin/... reed voor hem of haar! Je voelt je totaal niet gezien in die moeite die je er net in stak, ten koste van jezelf. Alleen is het niet aan je kind om jouw grenzen te bewaken of te zien. Jonge kinderen zijn nu eenmaal vooral bezig met zichzelf (en dat is ontwikkelingsgewijs volledig normaal).


Dus reageer je opnieuw harder dan je eigenlijk wilde.

Daarna volgt opnieuw schuldgevoel.

En opnieuw de neiging om te compenseren.

Weinig ruimte → felle reactie → schuld → over je eigen grens gaan → nog minder ruimte → opnieuw sneller fel reageren.

Zo kan de cyclus zichzelf blijven voeden.

Niet omdat je niet weet hoe je wilt opvoeden.

Niet omdat je niet genoeg van je kind houdt.

Maar omdat schuldgevoel je soms precies wegbrengt van wat je nodig hebt om de cyclus te doorbreken: opnieuw voelen waar jij bent, wat jouw grens is en hoeveel je nog kunt dragen.


Herstel hoeft niet groots te zijn

Dat betekent natuurlijk niet dat je je reactie dan maar moet laten passeren.

Herstel blijft belangrijk.

Maar herstel vraagt niet dat je jezelf wegcijfert.

Soms is herstel gewoon:

“Daarnet zei ik dat je moest stoppen met wenen. Dat was niet fijn van mij. Ik had het zelf moeilijk. Ik wou dat ik dat anders gedaan had.”

Dat kan vijf minuten later.

Een halfuur later.

’s Avonds in bed.


Je hoeft je kind niet iets te kopen.

Je hoeft de rest van de avond niet alles toe te laten.

Je hoeft niet tien keer ja te zeggen om dat ene moment weer goed te maken.


Je mag na je excuses nog steeds nee zeggen.


Je mag nog steeds moe zijn.

Je mag nog steeds je grens bewaken.

Misschien zit daar wel het belangrijkste in dat je kan doen.


Niet elke huilbui is een gebroken koekje

Natuurlijk hoeft niet achter iedere huilbui een hele dag aan opgestapelde spanning te zitten.

Soms is je kind gewoon boos omdat het écht zijn legobouwwerk wil afmaken terwijl dat niet kan.

Soms doet die gestoten teen gewoon wel echt pijn.

Soms is iets teleurstellend omdat het teleurstellend is.


We hoeven niet achter elk gevoel een verborgen verklaring te zoeken.

Maar wanneer een heel kleine gebeurtenis een opvallend grote reactie oproept, kan het helpen om jezelf even af te vragen: Gaat dit misschien over méér dan wat er net gebeurde?


En misschien nog belangrijker:

Hoeveel ruimte heb ík op dit moment eigenlijk nog?

Want ook onze reactie op onze kinderen ontstaat niet in een vacuüm.


Misschien kan je partner het even overnemen? Misschien kan je enkel maar gewoon jouw niet helpende reactie inhouden en er zijn. Misschien kan je heel liefdevol en empatisch luisteren. Of misschien lukt het nu even niet maar de volgende keer wel.


Wie weet lukt het om vandaag wat meer ruimte voor jezelf te nemen net omdat je weet dat je kind straks na school veel te verwerken heeft. Want weet dat dat mag, dat maakt jou geen mindere collega maar iemand die na het werk nog een volle shift heeft van kinderen opvoeden tot de burgers van morgen.


Mildheid voor twee

Misschien is de uitnodiging daarom niet alleen om milder te kijken naar dat kind dat huilt om een verkeerd opengedane banaan. Maar ook naar de ouder die daar staat en denkt:

Ik kan dit er vandaag eigenlijk even niet meer bij hebben.


Niet om alles goed te praten.

Wel om te begrijpen wat er gebeurt.

Om waar mogelijk even die kleine pauze te zoeken.

En als dat niet lukt: te herstellen zonder jezelf daarna nóg verder voorbij te lopen.


Want soms gaat het niet echt over de banaan.

Niet voor je kind. En misschien ook niet voor jou.

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven
Balans in het ouderschap is een mythe

Ik krijg de kans om eind september een lezing te geven in de bib van Ternat in het kader van de 10-daagse van de geestelijke gezondheidszorg. De vraag die kwam was een lezing rond het thema welzijn of

 
 
 

Opmerkingen


© 2026 by Praktijk Windwijzer Ternat.

bottom of page